De verkettering van het polyritme

Published on dinsdag 10 mei 2016

Een tijdje terug is Stichting Jij daar! onder leiding van Koos de Jong weer begonnen met een serie poplezingen. Wat mij betreft een initiatief wat alleen maar toe te juichen is. Sterker nog, ik ben er als min of meer ervaringsdeskundige van overtuigt dat, als er iets is wat God kan gebruiken om levens van popmuziekliefhebbers ingrijpend te veranderen, het deze serie van Jij daar! is.

Zoals te verwachten, krijgt Jij daar! ook nu weer uiteenlopende reacties op de poplezingen. Er zijn reacties die alleen maar positief zijn: à la 'ga zo door!' Anderen vragen zich af of het nu echt nodig is om beelden dusdanig te gaan vertragen dat je als jongere heel bewust geconfronteerd wordt met Satanstekens, occulte teksten en omgekeerde kruisen; kortom: hoever moet je willen gaan om de rotzooi te vertonen die gepaard gaat met de popmuziek?

Een andere reactie ontving Jij daar! in een brief, die gepubliceerd is op Refoweb. Hierin geeft de schrijver, Stefan Langstraat uit Ede (wie kent hem niet?), aan dat er vrijwel geen kritisch geluid te horen is over gospelmuziek. Als ik hem goed begrijp (ik heb de recente poplezing niet bezocht) gaat Jij Daar! in de lezing niet in op gospelmuziek. Volgens mij heeft hij daar dan best een punt, want we hoeven echt niet te ontkennen dat er diverse gospelmuziek is die op de inhoud na vrijwel niet te onderscheiden is van popmuziek.

Toen ik de brief van meneer Langstraat las, gingen mijn haren op een bepaald moment echter helemaal overeind staan. Op zich zegt hij best zinnige dingen over uiterlijk vertoon, en op een bepaalde manier heeft hij met zijn opmerkingen over charismatisch denken in ieder geval zaken te pakken waar we ons best op mogen bezinnen. Echter haalt hij in zijn brief opwekking 347 erbij, waarbij in het refrein "Jezus, Hij is Heer" sprake zou zijn van emotiezingen. Kort door de bocht, ver gezocht? Oordeel zelf!

Opwekking 347 is wat mij betreft gewoon één van de mooie klassiekers uit de opwekkingsbundel en wordt ook op onze jeugdvereniging nog wel eens als verzoekje opgegeven. Helemaal niks mis mee volgens mij. Tja, een beetje veel herhaling in het refrein, maar dan heb je psalm 136 zeker nog nooit gezongen...

Kortom, wat mij betreft slaat meneer Langstraat met dit voorbeeld de plank enorm mis. Ik zou zelf eerder voor dit wat gedateerde stuk goedkope rommel gaan om mijn standpunt te onderbouwen:

Polyritme

Maar, dit is nog maar het begin. Het betoog van agent Langdraad raakt pas echt kant nog wal als hij het heeft over polyritmiek. Ik citeer:

'Dit is het toepassen van meerdere ritmes tegelijk in een muziekstuk. Ter illustratie het lied de stad met paarlen poorten in de versie van Joke Buis. Het muziekstuk begint met een ritme die totaal vreemd is aan het ritme van het lied, waardoor je tijdens het zingen het ritme hebt van de drum en het ritme van de melodie. Dit geeft het lied een onrustig en opzwepend karakter.
Onrustig en opzwepend, niet overtuigd? Wat denkt u, passen twee door elkaar heenlopende ritmes bij God?
Overigens, elk muziekstuk heeft een ritme en het is totaal niet verkeerd als een trommel of drumstel het ritme van het muziekstuk ten gehore brengt, polyritme brengt echter chaos.'

Voor het bovenstaande heb ik maar één woord, ONZIN!! Deze opmerkingen getuigen wat mij betreft van een enorme amuzikaliteit. Het zijn niets meer dan voorbeelden die iemand gebruikt die het blijkbaar niet kan verdragen als de smaak van een ander niet in zijn lange straatje past. Natuurlijk, het zou best kunnen dat er mensen zijn die polyritmiek gebruiken bij wijze van opzweping. Maar dat is zeker niet standaard het geval, zoals uit het onderstaande, juist rustgevende, kabbelende voorbeeld blijkt:

Bovendien hoef je heus geen polyritme toe te passen om muziek opzwepend - of laten we zeggen swingend - te maken:

Hoewel ook een kwestie van smaak, vind ik de versie van de stad met paarlen poorten van Joke Buis overigens juist één van de origineelste uitvoeringen ooit gemaakt. In ieder geval stijgt deze uitvoering mijlenver uit boven een tranentrekkende variant van een willekeurig mannenkoor, al dan niet overstemd door het zenuwtergende gekrijs van een hobbysopraan of, nog erger, bovenstem. Ok, ik overdrijf. Maar, Joke Buis heeft mij met haar variant wel van mijn lichte aversie tegen dit lied afgeholpen.

Het grootste probleem wat ik heb met de opmerkingen van de schrijver is echter dat er gesuggereerd wordt dat God polyritmiek zonder meer afkeurt: 'Wat denkt u, passen twee door elkaar heenlopende ritmes bij God?' Blijkbaar is de aversie van de schrijver tegen polyritmiek dusdanig diep geworteld dat hij die zelfs aan God wil opdringen. Ik vraag me dan wel af waar het regels aan God voorschrijven eindigt. Zou God bijvoorbeeld ook een hekel hebben aan dissonanten? IN dat geval kan ik mijn orgel maar beter opruimen en moet ik mijn muzieksmaak ook grondig aanpassen...

Genoeg over Stefan Langstraat. Uiteraard heeft hij zijn brief met de beste bedoelingen geschreven, en hij doet het toch maar. Bovendien is hij niet de enige die zo nu en dan ongenuanceerde dingen uitkraamt, want daar heeft ondergetekende ook regelmatig een handje van. En zeg nu zelf, misschien ben ik in het bovenstaande ook wel een beetje erg scherp tegen hem geweest. Stefan, mocht je je gekwetst voelen, dan bied ik daarvoor graag m'n excuses aan onder het genot van een kopje koffie en een goed stukje muziek. Kunnen we het gelijk hebben over wat dan wellicht een betere maatstaf is om te beoordelen of muziek al dan niet goed is.

Volgens mij is er namelijk maar één veilige maatstaf voor het beantwoorden van de vraag of je bepaalde muziek wel of beter niet kunt luisteren, namelijk of je Gods eer op het oog hebt bij het luisteren ervan. Daarbij valt muziek die in zichzelf God onteert en met een immorele inhoud tegen zijn geboden ingaat, automatisch al af. Maar, het gaat verder. Het luisteren van muziek waar inhoudelijk niets aan mankeert (zoals de lichtstad, opwekking 347 of psalm 136) is absoluut niet vrijblijvend. Als ik naar de cd van Joke Buis luister omdat ik Joke zo'n goeie zangeres vind en de muziek lekker klinkt, dan zit ik desondanks helemaal op het verkeerde spoor als ik compleet voorbijga aan Degene waarover ze zingt. Als ik met mijn handjes in de lucht "Hij is Heer" sta te roepen omdat ik dat stoer vind van mezelf, dan geef ik ten diepste de eer aan mezelf en niet aan God.

Een paar weken terug is de cd van Kinga Bán, de zangeres van Sela, uitgekomen. In één woord ge-wel-dig!! maar dat laatste nummer, daar kon ik maar niet aan wennen. Een christelijke zangeres die op een integere en jaloersmakende manier over haar leven met de HEERE spreekt en dan een nummer van Marco Borsato covert. Nota bene een artiest waar bij Jij daar! voor gewaarschuwd wordt. "Dat kan toch niet samengaan", was mijn eerste reactie. Maar, waarom eigenlijk niet? Ik ben er van overtuigd dat het de intentie van Kinga is om Gods eer te bedoelen met haar cd. Dus, ook met dat laatste nummer. Kinga heeft gezegd dat de cd in eerste instantie niet bedoeld is als gospel, maar dat veel liederen ook een diepere lading bevatten. Neem bijvoorbeeld het lied "altijd welkom", waarin je als het aan Kinga ligt ook de nodiging van de Gastheer met de grote G mag herkennen.

Als Kinga er dan voor kiest om het lied "Kom maar bij mij" van Marco Borsato te zingen op haar cd, geniet ik daar dus maar gewoon met volle teugen van. Omdat ik weet dat Kinga's cd onder andere geboren is uit liefde voor Hem die het ook in Zijn Woord zegt: "Kom maar bij mij!"

En wat het van mij vraagt? In ieder geval niet Kinga de eer geven omdat ze zo'n adembenemende stem heeft. En, daar ben ik eerlijk in, dat is soms best wel even lastig. Maar, het gaat enkel en alleen om de eer van Hem die Kinga zo'n mooie stem heeft gegeven en die mensen gaven geeft om liedjes met een polyritme te schrijven. Soli Deo Gloria!